lentebloem

the endless variations on everyday life… cause nothing ever happens twice

De goddeloze Amor

Een reactie plaatsen

1001004001807439Hans-Ulrich Treichel is niet alleen een succesvol schrijver. In het Leipziger Literaturinstitut, een soort academisch schrijfinstituut, brengt hij de studenten de knepen van het vak bij.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Treichels roman, De goddeloze Amor, zich elegant voegt naar de regels van de kunst: vlekkeloze zinnen, een evenwichtige dosering van flashbacks naar de kindertijd, het parodiëren van het wetenschappelijke milieu waarin de roman zich afspeelt, en natuurlijk ook een paar expliciete seksscènes. Treichels antiheld Albert is een student kunstgeschiedenis die na een mislukte poging om in Rome te studeren maar moeilijk opnieuw zijn draai vindt in Berlijn. De studie ligt hem niet en het onderwerp van zijn scriptie blijkt niet zo vernieuwend als hij eerst had gedacht. Albert voelt zich ook niet goed in zijn vel: zijn lijf verkeert in een permanente staat van seksuele begeerte en onrust, iets wat hem al sinds zijn kinderjaren parten speelt en zich psychosomatisch vertaalt in ondraaglijke jeuk. Alberts dwangmatige gekrab grenst aan de zelfverminking. Weinig succes bij het andere geslacht is het logische gevolg. Treichel vermijdt een zware, pathologische invulling van het personage door zijn antiheld in de rol van naïeve, onverbeterlijke stumper te duwen. In de beste passages doet het boek wel eens denken aan Zalige tijden, breekbare wereld, Robert Menasses sublieme parodie op de ontwikkelingsroman. De taferelen waarin Albert, niet gehinderd door gevoel voor tact of strategie, de objecten van zijn seksueel verlangen benadert, zijn best genietbaar. Zijn picareske rebellie tegen het maatschappelijke en intellectuele establishment levert bovendien vermakelijke milieuschetsen op. Maar zijn haast moedwillige gesukkel, dat hem telkens weer de das omdoet, roept bij de lezer uiteindelijk de vraag op of hier nog wel iets geparodieerd wordt dan wel of we met een zelfgenoegzame dommerik zitten opgescheept. Het slotbeeld, waarin Albert in de ruit van de bus met zijn miserabele spiegelbeeld wordt geconfronteerd, dat in niets gelijkt op de Don Juan die hij wil zijn, laat vermoeden dat hier misschien toch nog iets op het spel staat. Alhoewel: Albert dommelt in en brengt de busrit slapend door, gewiegd in de armen van zijn comfortabele dommigheid.

Vertaald door Nelleke van Maaren, Ambo, Amsterdam, 190 blz., 22,90 euro. Oorspronkelijke titel: Der irdische Amor.

Bron: Inge Arteel, De Standaard Online, 08 mei 2003

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s